Copy

Zo staan NVOG/KNVG in het pensioenoverleg

In een uitvoerig rapport werkt de pensioencommissie van NVOG/KNVG richtlijnen uit die wat deze organisatie betreft gevolgd zullen worden in het overleg over de uitwerking van het pensioenakkoord. De volledige tekst vindt u hieronder:

Uitwerking Pensioenakkoord
De uitwerking van afspraken over het tweede pijlerpensioen is inmiddels begonnen. Het traject wordt aangestuurd door een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en werkgever- en werknemer organisaties met een aantal adviserende leden uit ‘het veld’. Er is een aantal werkgroepen ingesteld - bemand door wetenschappers, vertegenwoordigers uit het veld en van toezichthouders en CPB - die met voorstellen moeten komen voor de diverse elementen van het nieuwe stelsel, bijvoorbeeld op het terrein van de beleggingen, het omgaan met tekorten, de deling van risico’s, de overgang van het ene stelsel naar het andere (de transitie) etc.  Deze voorstellen worden door een voorbereidingsgroep gereed gemaakt voor besluitvorming in de stuurgroep. De stuurgroep zal de besluiten die in de uitwerkingsfase worden genomen, bespreken met een klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van organisaties van ouderen en jongeren. De samenwerkende organisaties van gepensioneerden zijn tezamen met een vertegenwoordiger van de senioren uit de FNV en CNV met 5 personen vertegenwoordigd in de klankbordgroep. Daarnaast zijn de jongeren met 5 personen vertegenwoordigd.

De Pensioencommissie van de samenwerkende organisaties van gepensioneerden, ondersteunt onze vertegenwoordigers daarbij.
Op dit moment zijn er nog geen concrete voorstellen maar in de afgelopen vergadering op 19 november heeft de Pensioencommissie zich gebogen over de uitgangspunten waarop de ouderenorganisaties de voorstellen willen toetsen. De belangrijkste toetsingscriteria zijn:

  • Het uitgangspunt dat een goed, koopkrachtvast – dus goed geïndexeerd - pensioen bereikt kan worden zodanig dat de deelnemer in beginsel na pensionering zijn levenstandaard overwegend kan handhaven. Voor wat betreft de indexatie moet dat ook voor de huidige gepensioneerden en slapers gelden. Dat laatste stelt vooral ook eisen aan de transitie.
  • Premie en verplichtingen dienen op dezelfde grondslagen bepaald te worden
  • Collectiviteit met verplichte deelneming en solidariteit tussen alle groepen bij de verdeling van risico’s: de risico’s van sterfte en langleven, arbeidsongeschiktheid en beleggingen.
  • Met het oog hierop moet het mogelijke worden om t.z.t. de oude rechten van zowel deelnemers, gepensioneerden als slapers in te varen in een nieuwe regeling. Gezamenlijk vermogen leidt tot hogere welvaartswinst en kan risico’s zoals boven geformuleerd beter opvangen.
  • Fondsen moeten voldoende vrijheid hebben voor hun beleggingsbeleid. In het bijzonder moet het mogelijk zijn om binnen een pensioenfonds een beleggingsmix te realiseren die aansluit bij de mate waarin de eigen deelnemers en gepensioneerden bereid zijn beleggingsrisico’s te dragen  . Dit is dus ruimer dan het idee van belegging volgens een standaard life cycle waar het akkoord van uit gaat. Eventuele tekorten moeten in een relatief korte periode van 5 tot 10 jaar ingehaald worden. De Pensioencommissie onderschrijft de wenselijkheid van het in het akkoord genoemde voorstel om een maximum te stellen aan het deel van de premie dat bestemd mag worden voor het inhalen achterstanden van bijv. 10%.
  • Indien een fonds wel besluit de nieuw op te bouwen rechten af te splitsen van alle reeds opgebouwde rechten of meer specifiek van de reeds tot uitkering komende pensioenen van gepensioneerden en de slapers rechten, dan moet deze splitsing op evenwichtige wijze naar alle deelnemerscategorieën plaatsvinden en zodanig dat ook in het achterblijvende deel voldoende vermogenspotentieel is voor toekomstige (inhaal)indexatie.
  • Deze splitsing kan bijvoorbeeld vorm krijgen via 2 fondsen of via twee kringen binnen één fonds. De verdere uitwerking moet het mogelijk maken om met de governance voor de achterblijvende groep aan te sluiten bij de specifieke samenstelling van die populatie.
  • Attentiepunten bij de splitsing van het vermogen zijn onder meer de omstandigheid dat:
  • bij veel fondsen een gedempte, niet kostendekkende premie is betaald wat ten koste is gegaan van de algemene reserves en de gepensioneerde/slapers heeft benadeeld.
  • een onevenredig groot deel van de extra rendementen uit de laatste jaren ten gunste van de jongeren is gekomen omdat de daling van de rente, (waardoor de benodigde voorziening stijgt wat gefinancierd moet worden uit de extra rendementen) tot gevolg heeft gehad dat de benodigde voorziening voor jongeren (veel) sterker is gestegen dan voor ouderen. Een evenwichtige verdeling zou kunnen betekenen dat er uit moet worden gegaan van een hogere disconteringsrente dan de huidige risicovrije rente die gemiddeld zo tussen de 1 en 1,5% ligt.
  • Bij splitsing is het voorts temeer van belang dat fondsen voldoende beleggingsvrijheid hebben aansluitend op de risicobereidheid zodat een eventuele groep achterblijvende ouderen vanuit de life cycle gedachte niet gedwongen kan worden nagenoeg uitsluitend vastrentend te beleggen.
  • Het nieuwe stelsel moet een breed draagvlak hebben. Voorwaarde daarvoor is ook dat er voldoende vertrouwen in het stelsel bestaat. Zonder instemming van de gepensioneerden komt het nieuwe stelsel er niet.
Een van de hete hangijzers is uiteraard de rekenrente. Dit onderwerp komt pas aan de orde als overeenstemming bestaat over de uitwerking van het nieuwe stelsel. Op dit moment heeft de pensioencommissie aan dit onderwerp richting stuurgroep nog maar beperkt aandacht besteed.
Enkele constateringen die de Pensioencommissie gedaan heeft:
  • Pensioenfondsen moeten hun verplichtingen bepalen op liquidatiebasis, terwijl bij verreweg de meeste fondsen geen sprake is van een liquidatie. Er zou dan ook van een marktconforme waardering van verplichtingen die past in een ‘going concern’ situatie uitgegaan moeten worden.
  • De keuze voor de risicovrije rente hangt samen met de zekerheidseis van het pensioen (waarvan inmiddels is gebleken dat die niet zo zeker is). Bij afschaffing van de zekerheidseis hoeft de keuze voor de risicovrije rente dan ook niet gehandhaafd te blijven. Uitgangspunt moet dan bijvoorbeeld een prudente macrostabiele rentevoet zijn. De facto leidt het hanteren van de risicovrije rente bij een niet gegarandeerde toezegging tot impliciete buffervorming.

Medio december zal de eerste besluitvormende vergadering van de stuurgroep over deelonderwerpen plaatsvinden. De stuurgroep streeft ernaar de uitwerking van de afspraken inzake het tweede pijlerpensioen eind april 2020 af te ronden.

Stichting Pensioenbehoud daagt minister voor de rechter

Zoals eerder gemeld door Loon voor Later is de Stichting Pensioenbehoud een procedure tegen de staat begonnen. Inzet daarvan: de Nederlandse pensioenwet is in strijd met Europese regels. Nederland hanteert eigen regels die voorschrijven dat hier onnodig hoge buffers aangehouden moeten worden, waardoor niet geïndexeerd kan worden en mogelijk pensioenkortingen nodig zijn.

Meer lezen?
Ga naar loonvoorlater.nl

CDA lijkt in voor een andere rekenrente

Er lijkt geleidelijk aan beweging te komen in de rekenrente-discussie. Berekende een aantal deskundigen eerder dat een rekenrente van 2,75% tot 4% bij de huidige stand van de economie realistisch zou zijn in plaats van het door de overheid gehanteerde (bijna) 0 tarief, ook coalitiepartner CDA wil nu dat er een onderzoek komt naar een nieuwe rekensystematiek om de dekkingsgraad van pensioenfondsen vast te stellen.

Meer lezen?
Ga naar Loon voor Later

Wat is een redelijke rekenrente?

Een panel van beleggingsexperts berekende wat een redelijke rekenrente zou zijn, waardoor pensioenfondsen niet hoeven te korten. Hun conclusies vindt u op de website Iexprofs. Een redelijke rekenrente zou liggen tussen de 2,75 en 4 procent, vinden de deskundigen.

Beleggingsresultaten pensioenfondsen in 2019 beste sinds jaren.

Artikel lezen? Ga naar Loon voor Later

Pensioenverlies wil geld terug dat overheid uit het ABP haalde

De 3 kabinetten Lubbers haalden in de tachtiger jaren 32 miljard gulden (ongeveer 15 miljard euro) uit het ambtenarenpensioenfonds ABP om de financiële problemen van de overheid op te lossen. Dat leek verantwoord: de overheid immers garandeerde volledige uitbetaling van het ambtenarenpensioen, ook bij een tekort. Maar in 1995 werd het ABP geprivatiseerd, zonder dat de overheid het ‘geleende’ geld terugstortte. Daarmee kwam het tekort voor rekening van de pensioendeelnemers. Zo liepen ze de afgelopen 10 jaar gemiddeld 12.000 euro aan inkomsten mis, zegt Rob de Brouwer, econoom, pensioendeskundige en algemeen directeur van Pensioenverlies.

Procedure bij het Europese Hof
De Vereniging Pensioenverlies onderzoekt of de staat hiervoor alsnog verantwoordelijk gesteld kan worden. Ruim 3000 gepensioneerden hebben zich al als lid aangemeld om een juridische procedure bij het Europese Hof mogelijk te maken. Maar er zijn 40.000 leden nodig om met succes een procedure te kunnen beginnen, aldus Rob de Brouwer.

Discriminatie
Pensioenverlies beschuldigt de overheid van discriminatie, omdat ambtenaren zo meer dan andere bevolkingsgroepen moesten bijdragen aan economisch herstel en ook van de onteigening van eigendomsrecht omdat er voor het ontnemen van geld uit de pensioenpot door de overheid nooit een vergoeding is betaald. In deze video legt Rob de Brouwer uit waarom en hoe de overheid ambtenaren pensioengeld ontnam in een operatie die door sommigen wordt gezien als ‘de grootste pensioenroof van de vorige eeuw’.

Om te bekijken, klik hier.

Rekenrente is een politieke keuze

De rekenrente, waarmee de dekkingsgraad van pensioenfondsen wordt vastgesteld is geen objectief economisch instrument dat buiten elke discussie staat, zoals de voorstanders suggereren, maar het is een politieke keuze.
Dat zegt Piet Duffhues, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg in een artikel op de economenwebsite MeJudice.

Hele artikel lezen?
Klik hier.

Koopkracht pensioenen hollend achteruit

De koopkracht van pensioenen is in tien jaar tijd met 20 procent uitgehold. Dat zegt het Financieele Dagblad.

De meeste aanvullende pensioenen zijn sinds de crisis van 2008 niet of nauwelijks verhoogd. Het pensioenakkoord zal voor dit probleem geen oplossing bieden, aldus het FD. Ook de komende jaren zullen de pensioenen niet worden verhoogd.

Voor veel gepensioneerden is de AOW-uitkering volgens de krant belangrijker dan hun pensioen. De AOW stijgt wel en maakt een klein deel van de koopkrachtdaling van de aanvullende pensioenen goed. Dat geldt overigens alleen voor lage aanvullende uitkeringen.

Hele artikel lezen?
Ga naar: www.fd.nl

Veel steun voor manifestatie

60.000 Mensen hebben volgens 50PLUS tot nu toe het manifest van deze partij getekend voor een beter pensioen. De actie werd gehouden onder de titel ‘Kom in actie voor een beter pensioen!’. De tussenstand werd door minister Koolmees in ontvangst genomen.

In het manifest wordt opgeroepen om voor de pensioenen een realistische rekenrente te hanteren.

Gepensioneerden lopen geld mis door chaotische administratie

Mogelijk honderdduizenden werknemers krijgen minder pensioen dan waar ze recht op hebben. Soms blijkt jaren pensioengeld spoorloos verdwenen, doordat werkgevers slecht administreren of domweg de boel oplichten. Uit angst voor de beerput zwijgen de fondsen. Dat schrijft De Groene Amsterdammer

Artikel lezen?

Klik hier.

Bernard van Praag: laat dogma's in de pensioendiscussie los

De pensioendiscussie wordt gedomineerd door dogma’s. Dat zegt hoogleraar economie Bernard van Praag vandaag in De Volkskrant.
‘Of een dogma waar is, valt niet te bewijzen en dat is voor de gelovige ook niet nodig’. Volgens de hoogleraar wordt de pensioendiscussie gegijzeld door 3 van zulke dogma’s, die desastreus zijn voor de pensioenen.

Dogma 1 – de rekenrente
Dat is het onwrikbare geloof in de rekenrente die wordt gebruikt om de dekkingsgraad van pensioenfondsen vast te stellen. Wat DNB betreft en in het kielzog van de bank de wetenschappers die tot de intimi van De Nederlandsche Bank behoren staat die rekenrente niet ter discussie.
DNB gaat uit van het dogma dat het rendement van pensioenfondsen niet groter is dan 0,5 procent, gekoppeld aan de risicovrije rente. ‘De realiteit is echter dat het rendement van de meeste fondsen rond de 7 procent per jaar ligt’, aldus Van Praag. Een rekenrente van 2,5 tot 3 procent zou verantwoord zijn, aldus de hoogleraar. Het beeld rond de meeste pensioenfondsen zou er dan meteen anders uitzien.

Dogma 2 – jong betaalt voor oud
De jongeren financieren de pensioenen van ouderen, waardoor de reserves leegstromen. Volgens Van Praag bestaat daarvoor geen enkel bewijs. Het omgekeerde lijkt eerder waar; wie nu pensioenrechten opbouwt betaalt daarvoor in werkelijkheid te weinig premie. ‘Dat kan niet anders impliceren dan dat de opbouw van de rechten van actieven wordt gefinancierd door de ouderen’. Oud betaalt dus voor jong.

Dogma 3 – de rente blijft laag
Kabinet en DNB gaan ervan uit dat de rente de komende jaren structureel laag zal blijven, zeg 0 procent. De voorspelling is op drijfzand gebouwd, vindt Van Praag. Economen zijn tot nu toe niet in staat gebleken rentebewegingen over een periode langer dan een half jaar betrouwbaar te voorspellen. De voorspellingen voor de komende 50 jaar moeten met een korrel zout genomen worden, schrijft hij. Er moeten de komende jaren grote maatschappelijke problemen opgelost worden. Daarvoor zijn veel investeringen nodig en veel geld. Het is niet onwaarschijnlijk dat de rente daardoor juist zal stijgen.

Stop met de dogma’s
Van Praag komt in zijn analyse tot de volgende slotsom: ‘De Nederlandse politiek moet niet langer haar pensioenbeleid baseren op dogma’s. Dat leidt tot desastreuze effecten voor de 3 miljoen gepensioneerden en 8 miljoen werkenden’.

Hele artikel lezen?

Klik hier.

Straks geen pensioen voor jongeren? Niet waar! 

Ze is geschrokken van het gebrek aan kennis van de gemiddelde Nederlander als het om zijn pensioen gaat. Dat zegt hoogleraar Marike Knoef, directeur van de pensioendenktank Netspar en hoogleraar in Leiden in een interview met Pensioenpro.

Onderzoek
Meer dan de helft van de mensen denkt dat de AOW-premie wordt belegd, blijkt uit een onderzoek waarbij ze betrokken is. Eenderde is er oprecht van overtuigd dat alleen gepensioneerden last hebben van kortingen. ‘Allemaal niet waar’, aldus de hoogleraar.

In het bijzonder de perspectieven voor de huidige 35-plussers zijn best goed, zegt ze, hoewel toekomstige economische ontwikkelingen nog de nodige onzekerheden in zich bergen. Maar dat geldt voor iedereen die aangesloten is bij een pensioenfonds, dus voor zowel gepensioneerden als werkenden.

CBR: Rijbewijs 75-plusser tijdelijk met maximaal één jaar verlengd


Vanaf 1 december 2019 mogen 75- plussers maximaal 1 jaar blijven rijden met een verlopen rijbewijs, tot het moment dat het CBR een besluit heeft genomen over hun rijgeschiktheid. Dat mag alleen in Nederland en de rijbewijscategorieën A, B, E en bij B en T.

Let op: Een verlopen rijbewijs is niet geldig als legitimatiebewijs!

Gedetailleerde informatie kunt u vinden in de bijlagen

Downloads

Prognose CPB: "Economische groei zwakt af en groei zorguitgave houdt aan


Maarten Maas van de gezamenlijke commissie Koopkracht, Inkomen en AOW schreef deze week Een artikel voor de nieuwsbrieven van onze koepels naar aanleiding van de laatste CPB-prognose over de ontwikkeling van de economie in de komende jaren.

1. Het artikel kunt u lezen in bijgevoegde pdf.
2. CPB persbericht van 18 november 2019
3. Verkenning Middellange Termijn (MLT) 2022-2025

Downloads

Pensioendiscussie volgen?

Wilt u dagelijks op de hoogte blijven van actuele ontwikkelingen rond de pensioenen, ga dan naar de website loonvoorlater.nl
 
De discussie over zorg volgen?
 
Ga dan naar de website knvg.nl
Copyright © KNVG 2019, All rights reserved.

Redactie: Ferd Claassen, John Schroer, Stef Verf, Ton Verlind
Samenstelling: Ton Verlind Media
(Social) Media: Socialecombinatie BV

U kunt ons mailen via:
secretariaat@knvg.nl

unsubscribe from this list    update subscription preferences 

 






This email was sent to <<E-mail adres>>
why did I get this?    unsubscribe from this list    update subscription preferences
Loon voor Later · Hogeschoorweg 21 · Venlo, Limburg 5911 EJ · Netherlands

Email Marketing Powered by Mailchimp